Waarom een kennel?

De zoektocht in het oerwoud van de fokkerij begon. Er moet een kennelnaam aangevraagd worden. De honden moeten de nodige gezondheisdtesten ondergaan en deze periodiek weer herhalen. Er zijn twee rasvereningen met elk hun eigen eisen. Er moeten shows gelopen worden om de juiste kwalificaties binnen te halen. De verdieping in stambomen en bloedlijnen begon, etc, etc. Gelukkig wist ik dit van tevoren niet allemaal en kwam ik stapje voor stapje verder. Wat me wel steeds duidelijker werd, is dat een kleinschalige huiskennel geen geld opleverd, het dekt hooguit de kosten. Uiteraard had ik dit voor mijn plannen ook wel eens gehoord maar echt geloven deed ik het toen nog niet.

Kortom, het papillonvirus woedt welig. Met dit virus hoop ik dan ook hondjes te mogen fokken waar de nieuwe eigenaars net zo veel plezier aan zullen beleven als ik dat doe. ( Mijn zoon merkt fijntjes op, na het lezen van deze tekst, dat dit niet mogelijk is, want zegt hij: niemand is zo dolletjes op haar hondjes als mijn moeder.)

In de zomer van 2012 gingen we op vakantie en kwamen een witte kees tegen. Mijn man vind de vlinders prima en mist de body die een keeshond heeft, vlindertjes zijn nu eenmaal teer. Na uitvoerig beraad en overleg, besloten we een witte middenslag keeshond te kopen. Deze hond is uit Duitsland gekomen en er zijn er nog maar weinig exemplaren van. De grote keeshond is inmiddels nog zeldzamer en dat terwijl ze vroeger veel voorkwamen. Rashonden zijn dus ook modegevoelig. Door deze aankoop van Sharai, leerde ik een hele hoop over de import en export van honden. Elk land heeft weer zijn eigen regels. En natuurlijk de extra kosten die dit meebrengt.
En met de jonge honden zijn we afgelopen maanden heel gezellig samen naar de basiscursus gegaan. Het licht in de bedoeling om ook met de keeshond te fokken, uiteraard mits zij voldoet aan de gezondheidseisen en juiste kwalificaties.  
Kortom, het betekent dat we zijn aangesloten bij drie rasverenigingen.

 

 


Kupu Mulia.. omdat je dier je lief is..